Opmerking plaatsen
Profielfoto

Partner

Biografie

Naam
Actief sinds:

1977

Actief tot:

1981

Actief als:
Zingt in de taal:
Biografie:

In 1971 werd de band The Sharons opgeheven. Deze bestond na verschillende bezettingen op het moment van opheffen uit Harry Heltzel (zang en leadgitaar), Pierre Beckers (zang en basgitaar), Frans Theunisz (zang en drums) en Erwin Musper (mondharmonica, toetsinstrumenten). Enkele leden besluiten samen verder te gaan en maken een singel onder de naam Aros (Sharons – sh -n = Aros) want door een juridisch conflict mag de naam The Sharons niet gebruikt worden. De bezetting is dan Terry Bud (zang), Harry Heltzel (gitaar), Pierre Beckers (bas), Erwin Musper (drums).

 

In 1972 besluiten 2 leden van Aros (voorheen dus The Sharons) samen door te gaan met enkele leden van Opus, en dan ook onder de naam Opus. De bezetting is in het begin dan Pierre Beckers, Erwin Musper, beide van de band Aros/The Sharons, en Jo Robeers (voorheen ook al een poos lid van The Sharons), en heel kort Chrit Mandigers beide afkomstig van Opus.

 

Uiteindelijk veranderd er nog wat in de bezetting en gaat men verder als de band Windmill met Pierre Beckers op Bas, Erwin Musper op Toetsen, Bert Bessems op Gitaar en Jo Robeers op drum die in 1974 weer om medische redenen werd vervangen door Ab van Goor. Aan de gestage voortgang in het bewerken van danszalen veranderde dit niets. Windmill kweekte een eigen publiek, dat overal kwam waar ze speelde, zodat de zaalbazen tevreden konden zijn.

 

In 1977 was Erwin Musper niet meer zo positief over platenmaatschapij Telstar als vijf jaar eerder. Dat bleek toen Windmill met nieuw repertoire naar buiten wilde treden. De laatste jaren kreeg de groep zoveel eigen nummers, dat ze gingen zoeken naar mogelijkheden om die op de plaat te zetten. Een paar singles waren reeds bij Johnny Hoes uitgekomen, maar de opnamekwaliteit was zo slecht dat de jongens daar voor geen geld een LP wilden opnemen.In 1973 werd hun single ‘For you to remember’ door radio Veronica opgenomen in de tipparade, maar zonder verkoopresultaat

 

Omdat Windmill niet verder met het Limburgse bedrijf in zee wilde gaan, trokken de jongens naar Holland, in de verwachting dat daar meer te bereiken viel. Dat viel tegen. Men reageerde wel enthousiast op de kwaliteit van de muziek, maar was niet bereid stevig te investeren. Het repertoire was niet direct commercieel. Windmill wist tenslotte een onderkomen bij Phonogram te bewerkstelligen. Onder de productionele leiding van Dennis Kloeth kan Windmill haar eerste LP opnemen. Een mijlpaal die zij door middel van een naamsverandering wil vastleggen: van nu af aan heet de groep Partner.

 

De muzikale voorkeuren van de leden van Partner liggen in de melodieuze, meerstemmige hoek. Favoriet is Steely Dan. Daarnaast heeft ieder nog zo zijn eigen voorkeuren. (Bert: Jeff Beck. Pierre: Jaco Pastorius. Erwin: Billy Joel, Pilot, Kansas). In de eigen muziek klinkt dat allemaal wel door, maar er wordt duidelijk naar een eigen identiteit gestreefd.

 

Erwin Musper: ‘We proberen te voorkomen dat het ergens op lijkt. Als een bepaalde akkoordenovergang ons aan een bestaand nummer doet denken, dan is het voor ons afgelopen. Alles wat niet origineel is vervalt’”. In 1978 vertelden bassist Pierre Beckers en drummer Ab van Goor over hun ervaringen aan Irene Linders (Hitkrant).

 

Pierre Beckers: “Ik ben al vanaf mijn zeventiende beroepsmuzikant. Ik speelde avond aan avond top veertig-werk in Limburgse danstenten. Vijf jaar geleden heb ik met Erwin Musper en lead-gitarist Bert Bessems de groep Windmill opgericht. Onze huidige drummer, Ab van Goor, de maker van ‘Kayuta Hill’, kwam een paar jaar later bij de groep”.
Van Goor: “We componeerden en arrangeerden al onze nummers zelf en met dat materiaal zijn we naar verschillende platenmaatschappijen gestapt. Diverse producers zagen ons helemaal zitten: we hadden de kontrakten al ondertekend. Maar als onze songs eenmaal waren opgenomen, was er niks meer van de oorspronkelijke nummers over. Er waren zelfs hele melodielijnen veranderd! We werden ongewild in een commerciële hoek geduwd. Dat pikten we natuurlijk niet en daarom zijn onze nummers nooit uitgebracht. Dat we bij de maatschappijen steeds bot vingen, ging ons zo de keel uithangen dat we afgelopen zomer zelfs van plan waren om ermee op te houden!”
Beckers: “Tot we benaderd werden (1977) door Dennis Kloeth, promotieman van Phonogram. Dennis wilde ons wel produceren. We kregen meteen een elpeekontrakt aangeboden, een elpee die niet zo nodig commercieel hoefde te zijn”.

 

Voorafgaand aan de LP bracht Phonogram een eerste single van Partner uit, ‘Kayuta Hill’. De deejays van Hilversum III omarmden de Limburgse band. ‘Kayuta Hill’ werd een week lang uitgeroepen tot troetelschijf.

 

Pierre Beckers: “Het is een heel vreemde ervaring als je na vijftien jaar keihard werken in de popbusiness eindelijk gelanceerd wordt als het ‘debuut van de maand’”.
‘Kayuta Hill’, geschreven door de drummer, was een veelbelovende start voor Partner. De single bereikte een 23ste plaats in de top 40 en bleef een vijftal weken geklasseerd in de lijst. Maar, aldus gitarist Bert Bessems: ‘Kayuta Hill’ was niet karakteristiek voor het eerste album dat de groep aan het opnemen was. “Het zijn allemaal heel verschillende nummers. We zijn door discjockeys vaak vergeleken met Supertramp en Steely Dan, maar we zijn niet bewust door de groepen beïnvloed”.

 

Natuurlijk wilde Irene weten waarom de Limburgers hun naam veranderd hadden.
Pierre Beckers: “Windmill klonk te Hollands. Dan krijg je in het buitenland zo’n vooroordeel van: dat zal wel weer zo’n middelmatig groepje wezen. Terwijl juist veel mensen ons voor een Amerikaanse groep verslijten. Phonogram wil alles in het werk stellen om ons internationaal te laten doorbreken en dan klinkt Partner gewoon veel beter”.

 

In 1978 verscheen het Partner-album ‘A man-size job requires a man size meal’. Nieuwe hitsingles bleven evenwel uit.

 

Ab van Goor: “‘Kayuta Hill’ had net die commerciële flair die de opvolgers niet hadden”. In Muziekkrant Oor schreef Bert van Manen: “Bij het uitkomen van de eerste elpee van Partner heb ik wat gegiecheld om het vrij onbeholpen Engels, en de muziek onbewust gerubriceerd onder ‘Hollandse truttigheid’”. Ondanks dat enthousiaste verkoopverhalen naar buiten kwamen, gingen er waarschijnlijk niet veel exemplaren over de toonbank.

 

Volgens Erwin Musper was de rol van producer Kloeth niet erg groot gweest, liet hij achteraf vastleggen. “Dennis was een coördinerende figuur, die zorgde dat alles in de studio in orde was, en wat betreft de produktie met suggesties kwam”. Kloeth verliet Phonogram, stapte over naar de concurrentie. Partner ging bij Phonogram tijdelijk in zee met Gerrit Jan Leenders (producer van Kayak), maar zonder resultaat. Ab van Goor: “Hij noemde ons materiaal niet commercieel genoeg’”. Ook Roy Beltman (producer van BZN) viel af bij de Limburgers. Phonogram zette de groep onder druk om zoveel mogelijk op te treden met het repertoire van het album en niet alleen in Limburg en omstreken. Volgens Pierre Beckers had men daar geen trek in. “We treden 18 tot 20 keer per maand op en daar kunnen we nu echt niets meer bij hebben”.

 

In plaats van te toeren stortten Pierre Beckers en Erwin Musper zich op een project, waarbij ze zelf als producer wilden fungeren. “Zij wisten zeker dat in onze provincie toptalent aanwezig was. Alleen hebben deze groepen nooit de kans gehad om zich te bewijzen”, aldus het Limburgs Dagblad.

 

Erwin Musper: “Ongeveer een jaar geleden rijpte bij mij het idee om langs alternatieve weg een aantal integere popartiesten uit onze provincie voor te stellen aan een groter publiek. Die alternatieve weg moest gekozen worden omdat geen enkele maatschappij brood zag in het project. Samen met mijn collega en vriend Pierre Beckers ben ik begonnen aan de realisatie van dit project, dat allengs uitgroeide tot een obsessie voor ons beiden. Niet in het minst door de enthousiaste medewerking van alle groepen en andere medewerkers die allen pro-deo aan dit project hebben meegewerkt.

 

Wij hebben lang genoeg moeten aanzien dat mensen die uitstekende muziek maakten niet aan de bak kwamen. Langzamerhand groeide bij ons het idee om dan maar zelf het initiatief te nemen. Toen we begin dit jaar met Partner doorstootten, kwam er een klein beetje geld beschikbaar dat erg welkom was voor ons idee. Er werd in kasteel Borgharen een studio ingericht. Uit het aanbod van de groepen in Limburg hebben we de, volgens ons, zes besten gekozen. Dat zijn Girls Walk By, Py Set, Goin Steady, Whale, Bert Smith & The Key en Leon Haines Band. Er is echter nog veel meer en dan denk ik met name aan de groepen, die in de buurt van Venlo opereren. Het stikt hier in de provincie van talent. Het komt alleen niet aan de de bak. Er zijn jongens bij die al jaren prachtige muziek maken. Die moeten uit de anonimiteit gehaald worden! Door middel van deze elpee willen wij hun doorbraak forceren, met de plaat in de handen hen proberen onder te brengen bij platenmaatschappijen. Het zal niet met elke groep lukken, maar als het met één groep slaagt is het toch mooi meegenomen”.

 

Pierre Beckers vulde aan: “‘Southern Harvest’ (‘oogst uit het zuiden’) is dus geen verkoopelpee, we willen er in het noorden alleen maar mee aantonen dat er in het zuiden nog meer schuilgaat dan Partner en Pussycat alleen”.
Bij het verschijnen van het album liet hij vastleggen: “Uit het gehele land zijn lovende reacties gekomen, Zo heeft de Vara-radio dinsdag de gehele dag aandacht besteed aan de elpee, terwijl diezelfde omroep ook nog live-opnamen zal maken als de groepen gezamenlijk op toernee gaan”.

 

Het Limburgse project van de twee Partner-leden wist het succes van Pussycat in de verste verte niet te evenaren. De drie meisjes en hun begeleiders, die eerder zonder succes in de Telstar-studio gewerkt hadden, bleven daarentegen ook in 1978 doorgaan met het maken van top 10 hits als ‘Same old song’ en ‘Wet day in September’. Al vanaf 1975 hadden ze het grote publiek bereikt met liedjes als ‘Mississippi’, ‘Georgie’ en ‘Smile’.

 

De jongens van Partner beseften wel dat ze op dood spoor zaten. Maar ze bleven voor hun muzikale overtuiging uitkomen. Ab van Goor: “We kiezen voor songs waar we achter staan, niet voor de potentiële hit”. Die houding veroorzaakte de breuk met Gerrit Jan Leenders. Partner koos nadrukkelijk voor een andere richting dan Herman Brood en Gruppo Sportivo, groepen uit de Randstad, boven de grote rivieren. Musper: “Ons publiek is niet zo uitzinnig tijdens optredens, men is wat gedecideerder. Ik denk dat het hoofdzakelijk studenten en middelbare scholieren zijn, die niet komen voor een happening, maar om te genieten van wat er muzikaal gebeurt. Ons publiek realiseert zich hoe onze muziek tot stand komt. Ieder couplet, iedere noot van een song hebben we voor onszelf verantwoord, er is iets eigens in gelegd. Het klopt harmonisch, ritmisch, het samenspel is uitgebalanceerd, de teksten zijn erop aangepast. Wie dat onderkent en waardeert, is in de regel iets ouder en rustiger.
We willen beslist niet een hit die het gevolg is van een soort opgefokte persoonlijkheids-verheerlijking à la Brood. Partner is een groep zonder centrale figuur. Dat blijkt wel uit de manier waarop we onze songs schrijven. Ik breng een schema in, of een melodie, waaraan iedereen dan het zijne bijdraagt”.

 

Partner zocht contact met Pim Koopman, de voormalige drummer van Kayak. Door zijn succesvolle producties met Diesel, Alides Hidding en vooral Maywood (later ook Pussycat) had Pim in een mum van tijd een gouden imago gekregen. Alles wat hij aanraakte leek raak te zijn.
Erwin Musper: “We hebben Pim Koopman via onze manager Jan Arntz zelf en buiten medeweten van Phonogram gebeld. Pim heeft in het vaderlandse popwereldje een uitstekende naam als producer.
Binnen twee weken klikte het helemaal tussen ons en zaten we in een studio voor plaatopnamen. De directie van Phonogram was zo tevreden dat men Pim Koopman accepteerde en wij een nieuwe elpee aangeboden kregen”.

 

De groep had naar eigen zeggen veel voor elkaar gekregen. “We hebben een nieuw contract met Phonogram, voor een derde en vierde elpee, met als voorwaarde dat we Pim als producer krijgen, en ons materiaal onaangetast blijft. Ze mogen ons zo commercieel promoten als ze willen, als ze maar van de songs afblijven”. Voor de rest lieten de Limburgers weinig aan het toeval over. “Teneinde ook de grootste zalen te kunnen spelen beschikt de band over een enorme geluidsinstallatie, een van de meest uitgebreide van Nederland. Ze zijn ingesteld op een perfect zaalgeluid, een flink stuk professionalisme. Het slokt het grootste deel van de inkomsten op”.

 

In het najaar van 1979 verscheen ‘On Second Thoughts’, het door Pim Koopman geproduceerde album. In het Limburgs Dagblad schreef Harrie Creemers: “Hoe dicht de top en het diepe dal in de popbiz bij elkaar liggen, bewijst de Limburgse topformatie Partner. Enkele weken geleden kende de formatie een forse daling van het aantal optredens. Het uitblijven van een hit zorgde ervoor dat de groep qua publiciteit op een dood spoor terecht kwam. Herman Brood beschreef Partner als een verzameling van image-loze musici. Maar de wereld lacht Partner weer toe. Het regent boekingen, de elpee wordt nu al grijs gedraaid op de radio. En er ligt een aanbod voor een toernee door Amerika op tafel. Ton van den Breemer van Phonogram is met de afgemixte banden van de nieuwe elpee naar Amerika vertrokken. Op de Musexpo, een wereldmuziekbeurs in Miami, Florida lanceert hij het nieuwe Partner-materiaal”.

 

Creemers liet manager Arntz aan het woord. “We zijn met zes verschillende Amerikaanse platenmaatschappijen in de slag. Er komt financieel veel bij kijken. Succes in Amerika kost eerst altijd nog geld. Het is nu zaak die platenmaatschappijen tegen elkaar uit te spelen, waarbij ik ook nog eens rekening moet houden met de mentaliteit van Partner. Ik wil eerst een persoonlijkheid hebben die achter de elpee staat en die daar ook voor uitkomt. Dan pas heeft het zin om naar Amerika te gaan”.
Creemers: “Buiten Amerika zal de elpee ook uitgebracht gaan worden in de Benelux, Australië, Engeland, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Portugal en de Scandinavische landen. Inmiddels is het album in Nederland, drie dagen na de release door Veronica uitgeroepen als tip-elpee. Hitkrant noemde de plaat ‘elpee van de week’ en ook AVRO’s Toppop besteedde er aandacht aan”.

 

Er kwamen mooie verhalen naar buiten in 1979. De werkelijkheid was anders. Partner mocht dan nog zulke mooie muziek maken maar ‘On Second Thoughts’ bracht niet teweeg wat iedereen gehoopt had. Na ‘Kayuta Hill’ wist de groep niet meer met de noodzakelijke hitsingle te komen.
In 1980 verscheen een nieuw album (3de) met de ambitieuze titel ‘The sky is the limit’. Formeel was het een productie van Pim Koopman. In werkelijkheid ging het anders, kon je in de krant lezen. “Het gaat veel meer om de vonk van het eerste idee, die over moet komen. De spontaniteit is belangrijk, niet alleen de perfectie. De demo-banden, die ze zelf in hun eigen studio in Limburg hebben opgenomen, bleken zo goed te zijn dat Koopman ze [alleen maar] mixte. In Hilversum werd vrijwel geen noot meer opgenomen. Ook Koopman stelde spontaniteit boven perfectie. Niet meer zo’n plaat die echt in de studio geproduceerd werd”.
Ambities voor het veroveren van de Amerikaanse markt waren er niet meer. Musper: ‘Het enige waar we werkelijk mee bezig zijn is de muziek zelf. Het circus er om heen hoeven we niet lijfelijk mee te maken. Commerciële business gaat gepaard met het ophouden van een zeker image. Wij willen niet een bepaalde trend volgen, met alle winden meewaaien’”.

 

Opnieuw bleef succes uit. Dit en de terug lopende belangstelling zorgden ervoor dat de formatie zich later dat jaar opdoekte.

Opmerking:

Met dank aan Harry Knipschild: http://www.harryknipschild.nl

 

Literatuur:

  • Peter Petit, ‘Ook in Limburg wordt popmuziek gemaakt, Veronica, 9 september 1972
  • Hubert van Hoof, ‘De pophistorie van Limburg’, Oor, 30 januari 1974
  • Jos van Woudenberg, ‘Partner’, Oor, 2 november 1977
  • Irene Scherpenzeel, ‘Na vijftien jaar debuut van de maand’, Hitkrant, 26 januari 1978
  • ‘Limburgse popmuziek gebundeld in ‘Southern Harvest’, Limburgs Dagblad, 14 oktober 1978
  • ‘Oogst uit het Zuiden’ is een uniek project’, Limburgs Dagblad, 2 november 1978
  • Partner te druk om te toeren’, Hitkrant, 4 mei 1978
  • Bert van Manen, ‘Partner: keuze voor kollektief’, Oor, 14 november 1979
  • Partner’s Erwin Musper over eigen elpee’, Limburgs Dagblad, 24 november 1979
  • Harrie Creemers, ‘Internationale carrière voor Limburgse Partners?’, Limburgs Dagblad, 26 november 1979
  • Partner’, Waarheid, 11 september 1980
  • René van Broekhoven, ‘Pim Koopman’, Music Maker, april 1982
  • Roel Bouman, ‘Partner’, Fret, augustus 1998
  • Rob Cobben, ‘Hippie-invasie op Gulperberg’, Limburger, 9 juni 2011

Bandbezetting

Naam:
Rol:
  • Keyboards
  • Zang
Van/tot:
  • 1977-1981
Naam:
Rol:
  • Bas
  • Zang
Van/tot:
  • 1977-1981
Naam:
Rol:
  • Gitaar
  • Zang
Van/tot:
  • 1977-1981
Naam:
Rol:
  • Drums
  • Zang
Van/tot:
  • 1977-1981

Laatst toegevoegd

Kayuta Hill

2 original albums

Throw It All Away

Mogelijk gemaakt door: